Ik heb me in m’n weblogje nog niet eerder negatief uitgelaten over de Verenigde Staten, mogelijk zo uit te leggen opmerkingen daargelaten. Bijvoorbeeld dat ik het jammer vindt dat ze hun ideeën over vrijheid en veiligheid zo aan het bijstellen zijn. Zie: Vrijheid vs veiligheid en Security.
Naar aanleiding van het hieronder aangehaalde bericht uit de Volkskrant van 16 januari 2008 en een mailtje dat ik gisteren ontving ben ik nu toch wel geneigd te reageren…
De Amerikaanse minister van Defensie Gates is ‘overduidelijk verkeerd geciteerd’ met zijn kritiek op de NAVO-troepen in het zuiden van Irak. Dat verklaarde de Amerikaanse ambassadeur Roland Arnall woensdag. — Volkskrant
Tja, wat zou je anders moeten zeggen? Nou staan Amerikanen de laatste tijd niet echt bekend om het spreken van de waarheid. Zeker niet als het om hun bondgenoten gaat. Denk bijvoorbeeld om het incident met de geheime nachtvluchten over/naar Europa. Onder het mom van “het redt Europese levens” werd de leugen uiteindelijk goed gepraat.
De laatste maanden neemt het geweld in het zuiden van Afghanistan sterk toe, terwijl de rest van het land stabieler wordt. Gates suggereerde dat de tekortkomingen van de niet-Amerikaanse troepen misschien wel bijdroegen aan de toename van het geweld. — Volkskrant
Hmmm, zou het niets te maken hebben met de opstelling van Amerikaanse troepen in de verschillende regio’s? Amerikanen hebben immers een reputatie hoog te houden als het gaat om hun buitenland-beleid. Stelletje olifanten!
Heel knap hoe de Verenigde Staten, naast de halve arabische wereld, ook steeds weer hun bondgenoten op de tenen weten te trappen.
Gisteren ontving ik een mailtje met daarin een link naar een filmpje: “Pas op voor de tank”. Voor hen die het niet begrijpen, de beelden zijn genomen vanuit de tank – of een ander stevig, militair voertuig (Hummer?). Aan de manier waarop de overige auto’s reageren en opzij schieten is duidelijk af te leiden dat dit geen incident is, maar dat er blijkbaar altijd zo gereden wordt. Als dit de manier is waarop je met de lokale bevolking omgaat, moet je niet vreemd opkijken dat ze je niet echt mogen, denk ik dan.
Ik vermoed dat deze cowboy-mentaliteit de bondgenoten eerder in gevaar brengt dan “levens redt”: de haat jegens de VS(-troepen) richt zich regelmatig op de bondgenoten. Gewoon, omdat die bondgenoot zijn.
De band tussen de VS en haar bondgenoten zou dus wel meer mogen voorstellen dan die op dit moment doet. Maar da’s mijn persoonlijke mening.
Het is wellicht goed dat ik geen minister van buitenlandse zaken ben; ik had het vertrouwen in de Amerikanen allang opgezegd. Bondgenoten liegen niet tegen elkaar, brengen elkaar ook niet in gevaar door hun gedrag ter plaatse en geven elkaar al helemaal niet de schuld van falend beleid.
Maken deze opmerkingen deel uit van de (nieuwe) exit-strategie van de Verenigde Staten?
In het interview vergeleek Gates de moeizame ervaringen van de NAVO-troepen in de zuidelijke provincies Uruzgan, Helmand en Kandahar – voornamelijk Nederlanders, Canadezen en Britten – met de vooruitgang van de Amerikaanse troepen in de oostelijke grensregio met Pakistan. ‘Onze jongens in het oosten, onder generaal Rodriguez, doen geweldig werk. Zij hebben het onder de knie’, aldus Gates. ‘Maar ik denk dat onze bondgenoten daar er nog geen enkele ervaring mee hebben.’ — Volkskrant
Wil Gates, op grond van hierboven genoemde successen, de Verenigde Staten ineens als expert op gebied van guerilla-oorlogsvoering betitelen? Volgens mij is deze “oorlog” nog lang niet afgelopen en zeker nog niet gewonnen. Ik hoop me te vergissen, maar het zou me niets verbazen als we (de westerse mogendheden) tien jaar bezig gehouden worden door dit probleem. Dat zou dan even lang zijn als de Afgaanse oorlog, waar de Soviets na tien jaar (1979-1989) afdropen. Of even lang als de Vietnamoorlog (1965-1975). Ook zo’n Amerikaans succesverhaal over het winnen van een guerilla-oorlog.
It ain’t over ’til the fat lady sings.
−−